Het steekt specialist explosieveiligheid Michel Vandeweyer flink dat bij heel veel bedrijven het explosieveiligheidsdocument (EVD) ligt te verstoffen in de kast. “Terwijl juist een actueel EVD de kleine nalatigheden die vaak ten grondslag liggen aan een explosie kan voorkomen.” Met dit artikel roept hij bedrijven op om het EVD af te stoffen en het de aandacht te geven die het verdient. “Een EVD dat leeft voorkomt dat je bedrijf ooit letterlijk de lucht in vliegt.”
In het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikelen 3.5a tot en met 3.5f, is vastgelegd dat werkgevers verplicht zijn om werknemers te beschermen tegen explosiegevaar. Deze bepalingen zijn gebaseerd op de Europese ATEX 153-richtlijn (1999/92/EG) en vormen het wettelijke kader voor het opstellen van een explosieveiligheidsdocument (EVD). Dit document is bedoeld om aan te tonen dat explosierisico’s zijn geïnventariseerd, geëvalueerd en dat passende maatregelen zijn genomen.
De wet stelt onder meer dat:
- 3.5a, de regels gelden voor arbeidsplaatsen waar explosieve atmosferen kunnen ontstaan,
- 3.5b, samenwerking en coördinatie tussen werkgevers verplicht is,
- 3.5c, de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet worden uitgebreid met een EVD,
- 3.5d, algemene preventieve maatregelen moeten worden genomen,
- 3.5e, gevarenzones moeten worden vastgesteld en gemarkeerd,
- 3.5f, bijzondere maatregelen vereist zijn bij ontstekingsbronnen of kwetsbare installaties.
Van levend document naar stoffige bijlage
Hoewel het EVD vaak met zorg wordt opgesteld – meestal door externe adviseurs of gespecialiseerde veiligheidskundigen – verdwijnt het na oplevering vaak in een digitale lade of fysieke ordner. Het leeft niet, het wordt niet bijgewerkt en het wordt zelden geraadpleegd. Het explosieveiligheidsdocument ligt ergens in een kast te verstoffen. Terwijl dit document – ironisch genoeg – juist dient om (stof)explosiegevaar te beheersen.
Een ‘moetje’

Dat een EVD bij veel bedrijven ligt te verstoffen heeft meerdere oorzaken. Een gebrek aan kennis bijvoorbeeld; in de meeste bedrijven wordt het EVD opgesteld door een consultant, maar intern weet niemand wat het document precies inhoudt. Het wordt als een ‘moetje’ gezien en nooit meer geopend.
Wat we in praktijk ook veel zien is dat EVD niet structureel in de organisatie is ingebed; het is geen onderdeel van het bredere veiligheidsmanagementsysteem. Een voorbeeld: in een chemisch bedrijf werd het EVD opgesteld, maar niet gekoppeld aan de werkvergunningen of onderhoudsprocedures. Daardoor werd het nooit geraadpleegd bij werkzaamheden in gevarenzones, niet geïmplementeerd in procedures en niet gebruikt voor de evaluatie of bepaalde acties wel veilig zijn, terwijl dat nu net het doel van een EVD hoort te zijn.
Risicoreductie
Het EVD wordt vaak niet gekoppeld aan MOC-procedures (Management of Change). Wijzigingen in installaties, processen of stoffen worden dan niet automatisch getoetst aan het EVD. Een voorbeeld: in een voedingsmiddelenfabriek werd een bepaalde grondstof vervangen door een ander type poedermateriaal. Niemand dacht eraan het EVD te herzien, terwijl de stofklasse en explosie-eigenschappen van de nieuwe grondstof wezenlijk anders waren. Gevolg was dat de aanwezige explosiebeveiliging te licht was.
Verder ligt het EVD bij veel bedrijven te verstoffen in een kast omdat:
- er geen draagvlak is bij het management, waardoor de rest van de organisatie het ook niet serieus neemt,
- de kennis over het EVD vaak bij één persoon zit. Vertrekt die, dan verdwijnt ook het overzicht.
- er geen audits of opvolging zijn. In veel bedrijven wordt het EVD pas weer geopend als er een externe inspectie of ATEX-audit op de agenda staat,
- het EVD een samenraapsel is van alle mogelijke rapportages, vaak uitgevoerd door verschillende mensen, zonder logische structuur, en met veel onnodige bladvulling. Rapport op rapport wordt in dezelfde map geduwd, het overzicht raakt totaal zoek.
Van verplichting naar waardevol
Een goed beheerd EVD is geen last, maar een waardevol instrument. Het helpt risico’s beheersbaar te maken, incidenten te voorkomen en aantoonbaar te voldoen aan wet- en regelgeving. Maar dat vraagt om meer dan alleen een document:
- wijs een verantwoordelijke aan die het EVD beheert en bewaakt. Dit kan een preventiemedewerker zijn, maar ook een procestechnoloog of HSE-coördinator, zolang deze persoon maar voldoende vertrouwd is met de materie en zich in geval van twijfel laat bijstaan door een expert,
- koppel het EVD aan bestaande processen zoals MOC, audits, werkvergunningen en onderhoudsplanning. Dit hoeft niet complex te zijn. Een voorbeeld: voor een MOC omtrent explosieveiligheid hoeven meestal slechts twee vragen gesteld te worden. Verhoog ik de kans op explosieve mengsels (zonering) of verhoog ik de kans op een ontstekingsbron? Indien explosiebeveiliging is toegepast, dient slechts getoetst te worden dat de initiële aannames van de dimensionering nog steeds geldig zijn,
- zorg dat medewerkers weten wat het EVD is, waar het voor dient en hoe het hen beschermt. Denk aan toolboxen, e-learning of visuele instructies,
- borg kennis en verantwoordelijkheden, zodat het EVD niet afhankelijk is van één persoon. Documenteer procedures en leg vast wie wat doet bij wijzigingen.


