Explosieveiligheid wordt in veel bedrijven nog te vaak gereduceerd tot certificaten en zoneringen. Michel Vandeweyer, explosion safety consultant bij ISMA, ziet in zijn dagelijkse praktijk waar het echt misgaat. In deze blog pleit hij voor een andere blik op explosieveiligheid.
“Sommige bedrijven hebben kasten vol ATEX-certificaten. Ze worden netjes gearchiveerd, beheerd, geïntegreerd in onderhoudssystemen, en periodiek gekeurd en onderhouden. Het geeft een comfortabel gevoel: we hebben gecertificeerde apparatuur, dus we zitten goed. Maar wie alleen naar het papier kijkt, ziet niet wat er zich daadwerkelijk afspeelt in het proces. En precies daarin schuilt het probleem: explosieveiligheid wordt nog te vaak herleid tot zichtbare maatregelen.
DEZE ARTIKELEN OVER EXPLOSIEVEILIGHEID MOET JE OOK LEZEN:
- Jan Holterman: ‘Stofexplosie Emmen herinnert ons weer aan de risico’s’
- Kenmerken van een stofexplosie: zo herken je het gevaar
- Zo doe je dat; explosiebeveiliging van drogers
Veel bedrijven kijken naar wat zich rond hun installaties afspeelt. Ze voeren een zonering uit, markeren een ATEX zone op de vloer en kiezen apparatuur in functie van die tekening. Dat geeft een afvinkbaar resultaat, een duidelijk kader, iets dat in audits mooi werkt. Maar het grootste risico zit niet buiten, het zit binnenin. Het inwendige van filters, silo’s, emmer-elevatoren, pneumatische transporten, drooginstallaties en cyclonen is vaak het toneel van de echte gevaren. Daar ontstaan concentraties, turbulentie, slijtage, elektrostatische opbouw, broei, wervelingen en terugstromingen die je met geen enkel zoneplan op de vloer ziet. Toch wordt aan een grondige procesrisico analyse, waarin ook de interacties tussen verschillende installaties worden beoordeeld, vaak slordig of helemaal niet gewerkt. Een zogenaamd EVD wordt herleid tot een zonerings-oefening met eisen aan apparaten, zonder naar het proces zelf te kijken. En dat is vreemd, want precies die interacties bepalen de kettingreactie die een explosie mogelijk maakt. Een vonk uit een molen die naar een filter wordt gezogen, vorming van broeiend product, fouten bij onderhoudswerkzaamheden, ondoordachte proceswijzigingen: het zijn net die scenario’s die je nooit in een EX certificaat zult terugvinden.
EX apparatuur gebruiken is daarom geen oplossing, maar slechts één puzzelstukje. Een toestel kan perfect gecertificeerd zijn volgens ATEX, maar het sluit maar een fractie van de mogelijke ontstekingsbronnen uit. Het echte werk zit in het begrijpen van het proces; hoe het zich gedraagt, verandert, faalt. Papier doet dat niet. Certificaten ook niet. Daarom werkt explosiebeveiliging alleen wanneer ze wordt gezien als een levend systeem, geen administratieve verplichting. Een systeem dat je bestudeert, monitort, begrijpt en regelmatig opnieuw in vraag stelt. De veiligheid zit in de analyse, in het inzicht, in de discipline om kritisch te blijven nadenken. Niet in een kast of excel vol documenten.
Bij een explosie zal niemand ooit zeggen: ‘Gelukkig hadden we de juiste zonering op de wand’ of ‘Goed dat de klep een certificaat had.’ Nee — het enige wat telt is of het systeem werkte. En dat begint ver voorbij de archiefkast.”
Lees meer over explosieveiligheid.


