Met high-temperature warmtepompen laat ANEO zien dat energie-intensieve droogprocessen veel efficiënter kunnen. In Noorse vismeel- en veevoerfabrieken zorgen slimme warmteterugwinning en nauwkeurige procesregeling voor energiebesparingen tot 75 procent, terwijl ook de CO2-uitstoot en operationele kosten fors dalen.
Michael Bantle is CEO van het jonge en innovatiegedreven ANEO, een Noorse alliantie van energieleverancier TrønderEnergi en investeerder Hitec Vision. Het in 2022 opgerichte bedrijf ontwikkelt warmtepompen en energieoplossingen met waterkracht, wind, geothermie en biomassa; bronnen waarvan de winning en toepassing in de Noord-Europese landen al ver ontwikkeld zijn.
Bantle promoveerde op High-Temperature Heat Pumps (HTHP), de pompen die in plaats van de 35-55 graden Celsius van standaard lucht/water‑warmtepompen een veel hogere temperatuur kunnen leveren. Dit door gebruik van een koudemiddel zoals ammoniak, of door twee compressiestadia, waarbij de in het proces verwarmde lucht in plaats van te worden uitgeblazen – gekoeld en ontvochtigd – in het systeem blijft en opnieuw wordt verhit.
DEZE ARTIKELEN OVER DUURZAAM DROGEN VIND JE VAST OOK INTERESSANT:
- Celsius Volta; drogen met 50 procent minder energie
- Professor Maarten Schutyser wil processen efficiënter en energiezuiniger maken
Reststromen uit visindustrie
In 2024 startte ANEO een pilot met een HTHP van het tweede type bij Pelagia, een Noorse fabriek die reststromen van de visindustrie – denk aan koppen, graten en huid – verwerkt tot vismeel en -olie. Pelagia ontvangt tot 1.500 ton visbijproducten per dag. De vismassa wordt verhit om eiwitten te coaguleren, en daarna geperst. Uit het persvocht haalt men visolie, de perskoek gaat naar de droger voor de verwerking tot vismeel. Vooral dit drogen is een energie-intensieve stap die hoge temperaturen vereist. Traditioneel wordt hiervoor stoom gebruikt uit gasgestookte boilers. Het 4,5 MW warmtepompsysteem van ANEO doet dit ook, maar hergebruikt de afvalwarmte uit het proces (15 tot 90 graden) en levert stoom van 130 tot 180 graden voor volgende processtappen.

CoP van 3,5
Bantle is enthousiast, al vraagt de tweede droogfase naar zijn zeggen nog aanpassing, omdat er soms problemen met het zout uit de reststroom zijn. Een grote verrassing was dat, hoewel werd uitgegaan van vijf bar om de stoom op een temperatuur van 180 graden te krijgen, je met goed tweaken en tunen een aansluiting tussen warmtepomp en droogmachine zelfs bij een druk van 0,5 bar aan de praat krijgt. Ongelooflijk, vond men.
Bij de directeur van de vestiging in de Noorse kustplaats Måløy had Bantle eerst nog wat scepsis te overwinnen, maar de relatief oude vismeelfabriek is met 3.000 tot 5.000 operationele uren en een verbruik van 8 tot 10 GWh per jaar inmiddels de meest efficiënte van het hele moederbedrijf. Al met al werd een gemiddelde temperatuur van 80 graden bereikt en een CoP van 3,5. Dit komt neer op 65 procent thermisch rendement. Een zeer goed resultaat, vindt Bantle. Het enige waar je geen controle over hebt, is de gasprijs en de hoeveelheid vis in zee.

Ammoniak-warmtepomp
In een ander project, Frigg, ging het om een ammoniak‑warmtepomp van ANEO bij veevoerproducent Felleskjøpet Agri. De pomp (R717), die geheel op elektriciteit draait, vangt restwarmte af en waardeert deze op tot processtoom van 105 graden Celsius voor thermische behandeling (reiniging, eiwitcoagulatie, enzym‑inactivatie). Het product komt binnen op ongeveer 10 graden en de stoom wordt direct geïnjecteerd in de menger met circa 20 ton product. De effectieve thermische contacttijd is maar ongeveer vier seconden, omdat de stoominjectiezone in de mixer klein is en het product er continu doorheen stroomt. De warmtepomp moet dus per seconde exact de juiste hoeveelheid stoom leveren. Dat is veel moeilijker, geeft Bantle aan, dan bij een luchtgedragen droger, waar je warmte geleidelijk toevoegt. De besparing is niettemin gigantisch: 65 tot 75 procent minder energieverbruik, enorme reductie in CO2‑uitstoot en veel lagere operationele kosten.
Een interessante bevinding uit de pilots van Bantle is dat tussen de data en fysieke knoppen een kloof gaapt die je makkelijk kunt onderschatten. ANEO’s directeur durft de stelling aan dat hij aan het gedrag van de installatie ziet wie in de controlekamer zit. Er is training nodig om een nieuw systeem te leren kennen, maar niet minder de subtiele zetjes die zorgen dat een nieuwe werkwijze ook werkelijk wordt omarmd. Bijna iedereen kent de macht van de gewoonte. Neem de tijd om met operatoren te praten, raadt hij aan. En met de klant zelf. Onwetendheid en weerstand kunnen verandering vertragen.
Michael Bantle deelde zijn ervaringen op de Duurzaam Drogen Dag georganiseerd door de NWGD.


